Je hebt over het IMPACT Leiderschapswiel gelezen. Zes spaken, één systeem, en een wiel dat pas soepel rolt als die spaken in balans zijn.
Mooi beeld. Maar een beeld verandert niets.
Dit stuk laat je het doen. Twintig minuten, pen en papier, en aan het eind weet je welke van de zes spaken nu het meeste verschil maakt in jouw team — plus één actie voor komende week.
Eerst moet er iets op tafel dat de meeste zelftesten verzwijgen.
Het probleem met jezelf beoordelen
Harris en Schaubroeck legden in 1988 een meta-analyse neer over 36 onderzoeken, waarin ze vergeleken hoe verschillende mensen dezelfde persoon beoordeelden.
| Wie met wie vergeleken | Hoe sterk ze overeenkwamen |
|---|---|
| Een collega met de leidinggevende | .62 |
| Jijzelf met je leidinggevende | .35 |
| Jijzelf met je collega’s | .36 |
Lees dat van boven naar onder. Twee buitenstaanders die allebei naar dezelfde persoon kijken, zijn het behoorlijk met elkaar eens. Jij en een buitenstaander zijn het veel minder met elkaar eens.
Jouw eigen beeld is dus niet waardeloos, maar het is wel de minst bevestigde kijk in de kamer.
Eén eerlijke aantekening bij dat getal. Over die .35 lopen de bronnen uiteen: één bron die ik las geeft .22 als de waarde na statistische correctie, en het oorspronkelijke artikel heb ik niet kunnen inzien om uit te maken wie het goed heeft. Bij .22 wordt het punt alleen sterker. De richting staat dus.
En dan het bezwaar dat in de literatuur het vaakst tegen zelfbeoordeling wordt ingebracht: mildheid. Mensen geven zichzelf gunstige cijfers. Niet uit ijdelheid — gewoon omdat je je eigen bedoelingen kent en je eigen effect niet ziet.
Doe die zelfdiagnose dus wel. Maar bouw er één ding in, en dat is stap 4.
Wat je nodig hebt
- Pen en papier, geen bestand. Je gaat tekenen, en je legt het straks ergens neer waar je het over een maand terugvindt.
- Twintig minuten zonder onderbreking. Dit lukt niet tussen twee vergaderingen.
- Eén concreet team in je hoofd — dit team, deze maand. Niet je leiderschap in het algemeen. Heb je twee teams, doe het dan twee keer.
- Eén iemand die je durft te vragen: een collega-leidinggevende, je eigen baas, of iemand uit je team met wie je een eerlijk gesprek kunt hebben. Die heb je nodig voor stap 4.
De zeven stappen
1. Teken het wiel
Een cirkel, zes spaken naar buiten, elk met een naam. Groot genoeg om op te schrijven.
De zes:
| Spaak | De vraag die je je stelt | |
|---|---|---|
| I | Ik weet wat ik wil | Ben ik helder over wat ik wil? |
| M | Mijn team is er klaar voor | Is mijn team klaar om samen te werken? |
| P | Passie drijft mijn organisatie | Waar lekt energie weg? |
| A | Aanpakken van verbeterpunten | Welk verbeterpunt vraagt duidelijkheid? |
| C | Coachen van mijn team | Wie heeft welke ontwikkeling nodig? |
| T | Telkens samen genieten | Waar moeten we bij stilstaan of herstellen? |
Waarom met de hand: je gaat straks naar de vorm kijken, en een vorm zie je niet in een rijtje getallen.
De fout die hier gemaakt wordt: dit overslaan en gewoon zes cijfers opschrijven. Dan mis je stap 3.
2. Geef elke spaak een cijfer van 1 tot 10
Niet nadenken over wat redelijk is. Eerste ingeving, en doorgaan.
Scoor op hoe het nú staat in dit team, niet op hoe goed je het zou kunnen. En scoor de spaak, niet jezelf. “Is mijn team klaar om samen te werken” is een vraag over het team, niet over of jij een goede leidinggevende bent.
De fout die hier gemaakt wordt: scoren op je intentie. Je bedoelt het goed bij alle zes, dus zet je overal een 7. Daar kom je in stap 3 achter.
3. Kijk naar de vorm, niet naar het totaal
Tel niks op. Een totaalscore zegt niets, want het wiel is geen rapportcijfer.
Kijk naar de omtrek die je nu getekend hebt. Rolt dit wiel? Een wiel met zes zevens rolt. Een wiel met vijf achten en één drie rolt niet, hoe hoog dat gemiddelde ook is.
Dat is het hele argument van het model: één zwakke spaak houdt de rest tegen. Een team met veel richting, veel energie en veel ontwikkeling, maar zonder vertrouwen, komt niet vooruit — en je ziet aan die vorm meteen waar het schuurt.
De fout die hier gemaakt wordt: tevreden zijn over een hoog gemiddelde. Dat is precies wat het wiel je probeert af te leren.
4. Laat iemand anders hetzelfde wiel scoren
Dit is de stap die niet in de oorspronkelijke methode staat. Ik heb hem erbij gezet vanwege dat onderzoek aan het begin, en als je hem overslaat werkt de rest nog steeds. Alleen weet je dan minder.
Geef die ene persoon de zes spaken en de zes vragen, zonder jouw cijfers te laten zien. Laat hem hetzelfde team scoren.
Vergelijk daarna. En let op: het punt is niet wie er gelijk heeft. Het punt is wáár het verschil zit.
Een spaak waar jullie allebei een 4 geven, is gewoon een 4. Daar hoef je niet meer over te praten. Maar een spaak waar jij een 8 geeft en hij een 4, is het interessantste getal op je hele vel papier — want één van jullie ziet iets wat de ander niet ziet.
De fout die hier gemaakt wordt: je cijfers eerst laten zien. Dan krijg je zijn mening over jouw mening, en dat is iets heel anders.
5. Kies één spaak
Niet drie of vijf. Eén.
En hier komt iets wat tegen je gevoel in gaat: dat is niet automatisch je laagste.
De orde van de spaken is namelijk niet toevallig. Coachen werkt minder goed zonder richting. Feedback werkt minder goed zonder vertrouwen. Motivatie blijft kwetsbaar zonder autonomie. Staat je C op een 3 maar je M ook op een 4, dan is de C aanpakken verspilde moeite — die zakt terug zodra het vertrouwen eronder het niet houdt.
Dus: kijk naar je laagste spaken, en pak de eerste in de volgorde I, M, P, A, C, T. Dat is degene die de andere mogelijk maakt.
De fout die hier gemaakt wordt: je laagste cijfer kiezen zonder naar de orde te kijken. Dat voelt het meest urgent en levert het minst op.
6. Formuleer één kleine actie voor komende week
Klein. Echt klein. Iets wat je volgende week dinsdag al gedaan kunt hebben.
En: zo concreet dat iemand anders kan zien of het gebeurd is. “Beter communiceren” is geen actie. “Donderdag vraag ik in het overleg wie ergens vastzit, en ik wacht tot iemand antwoordt” is dat wel.
Waarom zo klein? Omdat dat de enige manier is om erachter te komen of het werkt. Pak je vijf dingen aan, dan weet je over een maand niet welke het verschil maakte.
De fout die hier gemaakt wordt: een actie bedenken die eigenlijk een project is. Als er een plan voor nodig is, is hij te groot.
7. Bespreek die actie met iemand
Met je team, of met een collega-leidinggevende. Vandaag of morgen, niet ergens volgende maand.
Dit is wat de hele oefening van een invulblad in iets echts verandert. Een actie die je alleen op papier hebt staan, is een goede bedoeling. Een actie die iemand anders kent, is werk.
Zeg er ook bij wanneer je terugkijkt. Zet dat moment in je agenda voordat je opstaat.
De fout die hier gemaakt wordt: het wiel in een la leggen omdat het nog niet goed genoeg is om te laten zien. Het hoeft niet goed te zijn. Het moet van jou zijn.
Hoe je weet dat het goed ging
- Je wiel is niet rond. Een rond wiel na een eerlijke sessie is zeldzaam.
- Er staat één spaak omcirkeld, niet drie.
- Er staat één actie, en die past op één regel.
- Er staat een datum.
- Je hebt bij minstens één spaak gedacht: dit cijfer durf ik niet te laten zien. Dat is het nuttigste cijfer dat je hebt opgeschreven.
Als het misgaat
Alles wordt een 7
De meest voorkomende uitkomst, en bijna altijd betekent het dat je op je intentie hebt gescoord in plaats van op de werkelijkheid.
Doe het dan nog eens, met één wijziging: schrijf bij elke spaak eerst één concreet voorbeeld op van de afgelopen maand. Dan pas het cijfer. Een voorbeeld dwingt je naar de werkelijkheid.
Je durft het niet aan iemand te geven
Dat is op zichzelf een uitkomst. Als er niemand is aan wie je dit kunt laten zien, zegt dat iets over je M-spaak, of over je eigen positie.
Begin dan buiten je team: een collega-leidinggevende van een andere afdeling, of iemand uit je netwerk. Die hoeft jouw team niet te kennen om jouw antwoorden scherp te krijgen.
Je scoort veel hoger dan de ander
Niet meteen je eigen cijfer verlagen. En ook niet verdedigen.
Vraag naar het voorbeeld achter zijn cijfer: waar zag je dat? Negen van de tien keer blijkt dan dat jullie naar iets anders kijken. Jij naar wat je bedoelde, hij naar wat er aankwam.
Dat verschil is geen ruzie. Het is informatie die je anders nooit had gekregen.
Over een maand ben je het vergeten
Dan is stap 7 niet gebeurd, of de datum stond niet in je agenda.
Dat is geen karakterkwestie. Elk goed voornemen zonder afspraak verdwijnt. Het wiel is ook niet bedoeld als eenmalige test maar als maandelijkse ronde: zes vragen, een paar minuten, en kijken of de vorm verandert.
Nauwkeuriger weten?
Dit wiel is bedoeld om snel en met de hand te doen. Wil je het preciezer, dan is er de IMPACT Leiderschapstest: achttien vragen, drie per spaak, in willekeurige volgorde zodat je niet ziet welke spaak je op dat moment beantwoordt.
Dat laatste is het verschil met zelf scoren op een vel papier. Als je niet weet welke spaak er gemeten wordt, kun je je antwoord ook niet bijsturen — en dat haalt een deel van de mildheid uit je eigen beoordeling.
De test staat op schoolvoorleiderschap.com/impact-test.
Maar maak eerst het wiel zelf, beschrijf het met de hand en pen en papier. Twintig minuten, en je weet waar je volgende week aan begint.
