Een medewerker die ondermaats presteert: zo pak je het aan zonder de relatie te breken

Je weet het al een tijdje.

Het werk van één medewerker komt te laat, half af, of met fouten die anderen moeten rechtzetten. Collega’s beginnen te zuchten. Iemand vraagt je al eens, voorzichtig, of je “het al gezien hebt”.

Je hebt het gezien. Je hebt alleen nog niets gezegd.

Waarschijnlijk denk je nu: ik wil hem niet kwetsen. Of: misschien trekt het vanzelf bij. Of eerlijker: ik weet niet goed hoe ik dat gesprek moet beginnen.

Dat is begrijpelijk. Maar elke week dat je wacht, wordt het gesprek moeilijker. Voor jou, en ook voor hem. Want misschien weet hij het zelf ook al.

Dit artikel neemt je in zeven stappen mee, van het moment dat je het merkt tot het moment dat je weet of het beter gaat.

Wat je nodig hebt voor je begint

Twee dingen. Meer niet.

Voorbeelden. Geen indruk, maar concrete momenten. Welk werk, welke dag, wat was er afgesproken, wat kwam er. Drie voorbeelden zijn genoeg.

Een half uur zonder haast. Niet tussen twee vergaderingen. Niet op vrijdag om vijf uur.

Zeven stappen

1. Kijk eerst naar jezelf

Voor je iets tegen je medewerker zegt: weet hij eigenlijk wat er van hem verwacht wordt?

Dat klinkt vanzelfsprekend. Het is het niet. Soms blijkt pas in het gesprek dat je medewerker een ander beeld had van zijn werk dan jij. Niet uit onwil, maar omdat niemand het ooit duidelijk zei.

Als dat zo is, ligt een deel van het probleem bij jou. Dat is geen ramp. Het maakt het gesprek alleen anders.

2. Scheid het gedrag van de persoon

Dit is een stap waar het vaak misloopt, en het onderzoek wijst dezelfde kant op.

Kluger en DeNisi bundelden in 1996 de uitkomsten van een groot aantal onderzoeken naar feedback in het algemeen: 607 vergelijkingen, met samen 23.663 waarnemingen. Feedback hielp gemiddeld. Maar in meer dan een derde van de gevallen werd de prestatie juist slechter. En hun verklaring was deze: hoe meer de feedback over de persoon gaat en hoe minder over de taak, hoe minder die oplevert.

“Je bent niet nauwkeurig” gaat over de persoon.
En: “In het rapport van dinsdag stonden drie verkeerde bedragen” gaat over de taak.

De eerste zin zet iemand in de verdediging. Over de tweede kun je praten.

3. Benoem het vroeg en kort

Wacht niet tot het dossier dik genoeg is. Een eerste gesprek mag klein zijn.

“Ik merk dat de laatste drie rapporten later binnenkwamen dan we hadden afgesproken. Ik wil graag begrijpen wat er speelt.”

Dat is alles. Geen oordeel, geen plan, geen dreiging. Een vaststelling en een vraag.

4. Luister naar het waarom

Laat hem praten. En luister naar wat erachter zit.

Ondermaats presteren heeft grofweg twee oorzaken. Hij kan het niet, of hij wil het niet, en “wil niet” heeft zelf weer een reden. Te veel werk. Iets thuis. Het gevoel dat zijn werk er niet toe doet. Een conflict met een collega waar jij niets van wist.

Het antwoord bepaalt alles wat volgt. Iemand die het niet kan, heeft uitleg en oefening nodig. Iemand die het niet wil, heeft een ander gesprek nodig. En iemand die het thuis zwaar heeft, heeft eerst iets heel anders nodig dan een verbeterplan.

5. Spreek één concrete verwachting af

Niet “je moet nauwkeuriger werken”. Wel: “Vanaf volgende week staat het rapport op donderdag om twaalf uur in de gedeelde map, en je laat de bedragen eerst door een collega nakijken.”

Eén ding. Zo concreet dat jullie allebei over twee weken kunnen zien of het gebeurd is.

Vraag hem het in zijn eigen woorden te herhalen. Dan weet je of het is aangekomen zoals je het bedoelde.

6. Zeg wat jij gaat doen

Een verbeterafspraak waarin alleen de medewerker iets moet, voelt als een vonnis.

Wat heeft hij van jou nodig? Uitleg? Minder ander werk? Een collega die meekijkt? Zeg het, en doe het ook.

Het verandert de toon van het hele gesprek. Je zit niet meer tegenover hem. Je zit naast hem.

7. Plan het opvolggesprek meteen in

Niet “we zien wel”. Een datum, nu, in jullie beider agenda.

En kom erop terug, ook als het goed gaat. Juist als het goed gaat. Een verbetering die niemand opmerkt, houdt zelden stand.

Hoe je weet dat je op de goede weg zit

Na het eerste gesprek weet je meer dan ervoor. Dat is al winst, ook als er nog niets veranderd is.

Na het opvolggesprek kijk je naar die ene afspraak. Is die gehaald? Dan bouw je verder, met een volgende stap. Gedeeltelijk? Dan kijk je samen wat er nog in de weg zat.

En niet gehaald, zonder goede reden? Dan wordt het tijd voor een ander gesprek. Een gesprek waarin je zegt wat de gevolgen zijn als het zo blijft. Daar is het niet te vroeg voor als je de vorige stappen echt gezet hebt.

Betrek op dat moment ook HR of je eigen leidinggevende. Wat er formeel moet gebeuren, verschilt per organisatie en per land. Dat hoef je niet alleen uit te zoeken.

Als het anders loopt

Hij is het er niet mee eens

Dan ga je niet in discussie over je indruk. Je gaat terug naar je voorbeelden.

“Dit rapport, deze datum, deze afspraak.” Daar kun je samen naar kijken. Over “je doet het niet goed” kun je eindeloos van mening verschillen.

Hij wordt emotioneel

Laat het er zijn. Geef ruimte, geef tijd, en spreek desnoods een nieuw moment af.

Wat je niet doet: de boodschap inslikken om de stemming te redden. Dan komt hetzelfde gesprek over een maand terug, en zwaarder.

Het team heeft er al last van

Dan voelt het misschien oneerlijk om met hem mild te beginnen. Maar je team kijkt mee. Niet alleen naar óf je iets doet, ook naar hóe.

Wie ziet dat een collega met respect wordt aangesproken, weet dat hij later zelf ook zo behandeld wordt. Dat is precies het vertrouwen dat je nodig hebt om ooit iets moeilijks te kunnen zeggen.

Waar dit thuishoort

In mijn IMPACT Leiderschapswiel heet deze spaak de A: Aanpakken van verbeterpunten. Helder zijn met respect. Feiten, verwachtingen, feedback, opvolging.

Maar het werkt alleen als de spaken ervoor staan. Feedback werkt minder goed zonder vertrouwen. Als je merkt dat elk gesprek over prestaties meteen stroef loopt, ligt het probleem misschien niet bij dit ene gesprek, maar eronder.

Wil je weten waar dat bij jou zit? De IMPACT Leiderschapstest meet de zes spaken in achttien vragen. Je krijgt je scorekaart per e-mail, en daarna ook mijn wekelijkse tips.

Maar begin vandaag met stap 1. Schrijf op wat je van deze medewerker verwacht. Als dat niet in twee zinnen lukt, weet je waar het gesprek moet beginnen.

Benedict Bailleul

Nog niet zo lang geleden was ik zelf leidinggevende en gaf leiding aan teams van 1, 4, 30 tot zelfs 200 medewerkers. En ik liep er tegenaan dat het lang niet altijd zo gesmeerd liep als dat ik dacht en wilde.

Ik heb geleerd dat leidinggeven heel veel voldoening kan geven. En ook echt tof kan zijn!

En dat wil ik nu graag aan jou overbrengen. Zodat je niet langer verzuipt in je werk, maar met vertrouwen de leiding neemt.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

De volgende posts zijn ook voor jou van belang

>